Spreekwoorden quiz

De spreekwoorden quiz daagt je uit je kennis van de Nederlandse taal te testen. En dan met name die van onze spreekwoorden en gezegden.
Ze worden nog al eens verkeerd gebruikt en dat levert soms grappige versprekingen op.

Weet jij wel wat wat betekent?
Succes met onze spreekwoorden quiz!

spreekwoorden quiz

Spreekwoorden quiz

/13
quiz spreekwoorden

Let's go!

1 / 13

Boter bij de vis doen betekent

2 / 13

Maak het volgende spreekwoord af:
Van dik hout zaagt men

3 / 13

Wat wordt bedoeld met het spreekwoord:
Mijn naam is haas.

4 / 13

Maak het volgende spreekwoord af:
In het land der blinden

5 / 13

Iemand heeft veel praatjes, maar er komt weinig van terecht . Welk spreekwoord past hierbij?

6 / 13

Welk spreekwoord zoeken we?
Iemand bij wie het een rommeltje thuis is,

7 / 13

Als Bob Marley zingt: "Every little thing, is gonna be all right", dan kun je zeggen

8 / 13

Maak het volgende spreekwoord af:
De soep wordt nooit zo heet gegeten

9 / 13

Maak het volgende spreekwoord af:
Het oog is groter dan

10 / 13

Twee van onderstaande spreekwoorden kloppen niet. Welke klopt wel?

11 / 13

Welk spreekwoord klopt niet?

12 / 13

Maak het volgende spreekwoord af:
Nieuwe bezems

13 / 13

Als je niet wilt dat dingen erger worden,
moet je geen


Geinige spreekwoorden versprekingen

Zoals je in bovenstaande spreekwoorden quiz wellicht al hebt gemerkt, halen we soms een en ander door elkaar. Dat komt vaak doordat we ze wel eens gehoord hebben, maar niet meer precies weten binnen welke context. We hebben in zo’n geval de klok horen luiden, maar weten niet waar de klepel hangt…

Hieronder een paar voorbeelden van zulke verkeerd gebruikte spreekwoorden en gezegden. Weet jij welke spreekwoorden door elkaar gehaald zijn?


Daar is geen speld aan vast te knopen

Het moet zijn:
Daar is geen speld tussen te krijgen of daar is geen mouw aan vast te knopen

Dat doet niet ter sprake

Het moet zijn:
Dat doet niet ter zake of daar is geen sprake van

Dat is boter na de maaltijd

Het moet zijn:
Dat is mosterd na de maaltijd of boter bij de vis

Ik spreek vloeibaar Nederlands

Het moet zijn:
Ik spreek vloeiend Nederlands. That’s it ­čÖé

Klaar met de spreekwoorden? Check ook: